🇬🇧

Kastje

1
Compound
Complex
Simple
Present Tense
Past Tense
Future Tense
Declarative
Interrogative
Imperative
Context & Scenario
Context & Scenario
Context & Scenario
Synonym
Related Word
Idiomatic
Een elegant houten kastje met boeken en decoratieve items in een gezellige woonkamer.
2
Complex
Future Tense
Imperative
Context & Scenario
Related Word
Simple
Past Tense
Declarative
Context & Scenario
Synonym
Compound
Present Tense
Interrogative
Context & Scenario
Idiomatic
Een houten kastje met glazen deuren gevuld met kleurrijke verzamelobjecten, omringd door figuren in winterkleding die de inhoud bewonderen.
3
Complex
Compound
Simple
Present Tense
Past Tense
Future Tense
Declarative
Interrogative
Imperative
Context & Scenario
Context & Scenario
Synonym
Context & Scenario
Idiomatic
Related Word
Een mysterieuze, sfeervolle kamer met een vintage kastje voor digitale TV dat open staat en complexe bedrading en gloeiende schermen onthult.
4
Compound
Complex
Simple
Present Tense
Future Tense
Past Tense
Declarative
Interrogative
Imperative
Context & Scenario
Context & Scenario
Context & Scenario
Synonym
Related Word
Idiomatic
Kinderen spelen op een kleurrijk geometrisch kastje in een speeltuin, omgeven door groen en zonlicht.

I built this dictionary to be the most complete Dutch learner's resource of its kind. Definitions and examples are generated, so you may spot the occasional mistake — trust your instincts.