Katoen
AdjectiveAttributive Forms
💡Als je zegt 'de katoenen shirt', gebruik je 'katoenen' vóór het zelfstandig naamwoord omdat het een eigenschap beschrijft.
- With Definite Article
- de katoen
- "Ik draag de katoenen shirt."
- With Indefinite Article
- een katoen
- "Ik heb een katoen stof gekocht."
- Without Article
- katoen
- "Katoen is een zachte stof."
Predicative Form
💡Na 'zijn' of 'worden' gebruik je altijd 'katoen': Het shirt is van katoen.
Comparative
💡Er is geen normale comparatieve vorm voor 'katoen', omdat het een stof aanduidt, niet een eigenschap die je kunt vergelijken.
- Base Form
- katoen
- "Dit t-shirt is van katoen."
- With "dan"
- (geen comparatieve vorm)
- "N/A"
Superlative
💡Voor 'katoen' gebruik je meestal een uitdrukking zoals 'de beste katoen', omdat het geen traditionele superlatieven heeft.
- Attributive
- de beste katoen
- "Dit is de beste katoen die ik heb gevonden."
- Predicative
- (geen superlative vorm)
- "N/A"