(De jaarlijkse viering rond eind december)
Wij vieren het kerstfeest altijd bij mijn ouders thuis.
Ik wens je een heel vrolijk kerstfeest en een gelukkig nieuwjaar.
Met kerstfeest eten wij altijd kalkoen.
Vorig jaar hebben we het kerstfeest gevierd in de bergen.
(Een gezamenlijk feest op school of werk)
Op vrijdag is er een kerstfeest op school met optredens van de kinderen.
Het kerstfeest van het bedrijf wordt dit jaar in een restaurant gehouden.
Kom je vanavond ook naar het kerstfeest van de buurtvereniging?
Het kerstfeest van onze afdeling wordt georganiseerd door de personeelsvereniging.
I built this dictionary to be the most complete Dutch learner's resource of its kind. Definitions and examples are generated, so you may spot the occasional mistake — trust your instincts.