Auxiliary verb
hebben
onovergankelijk werkwoord (meestal gebruikt zonder lijdend voorwerp)
Het werkwoord 'kieren' wordt vaak gebruikt om aan te geven dat iets (meestal een deur of raam) niet helemaal gesloten is, maar een klein beetje openstaat. Het drukt een subtiele opening uit.
Infinitief
Tegenwoordige tijd
ik
jij / je, u
u
hij, zij / ze, het
wij / we, jullie, zij / ze
Verleden tijd
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het
wij / we, jullie, zij / ze
Voltooid deelwoord
Tegenwoordig deelwoord
Aanvoegende wijs
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie, zij / ze
Gebiedende wijs
jij / je, u, jullie
Examples
Kun je het raam een beetje **kieren**? Het is hier zo benauwd.
tegenwoordige tijd, aansporend
Hij **kierde** de deur omdat de kat naar binnen wilde.
verleden tijd, aantonend
De deur is de hele nacht **gekierd** gebleven.
voltooid tegenwoordige tijd, aantonend
Het is beter dat je het raam **kiere** om schimmel te voorkomen.
tegenwoordige tijd, aanvoegende wijs
De **kierende** deur maakte een irritant geluid.
onvoltooid tegenwoordige tijd, aantonend
I built this dictionary to be the most complete Dutch learner's resource of its kind. Definitions and examples are generated, so you may spot the occasional mistake — trust your instincts.