NEDERLANDS
🇬🇧

    Kisten

    Verb

    Auxiliary verb

    hebben

    overgankelijk werkwoord (iets of iemand kisten)

    Het werkwoord 'kisten' wordt voornamelijk gebruikt in de context van het in een kist leggen, vaak in verband met verhuizingen of begrafenissen. Het kan ook figuurlijk gebruikt worden, bijvoorbeeld bij het inpakken van spullen.

    Infinitief

    Tegenwoordige tijd

    • ik

    • jij / je

    • u

    • hij, zij / ze, het

    • wij / we, jullie, zij / ze

    Verleden tijd

    • ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het

    • wij / we, jullie, zij / ze

    Voltooid deelwoord

    Tegenwoordig deelwoord

    Aanvoegende wijs

    • ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie, zij / ze

    Gebiedende wijs

    Examples

    • De begrafenisondernemer kist de overledene met veel zorg.

      tegenwoordige tijd, aantonende wijs

    • Kunnen jullie de spullen kisten voordat de verhuizers komen?

      tegenwoordige tijd, vragend

    • Hij kistte alle boeken in dozen voordat hij ze naar de nieuwe woning bracht.

      verleden tijd, aantonende wijs

    • De spullen zijn al gekist, dus we kunnen vertrekken.

      voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs

    Keep learning

    I built this dictionary to be the most complete Dutch learner's resource of its kind. Definitions and examples are generated, so you may spot the occasional mistake — trust your instincts.