NEDERLANDS
🇬🇧
  • Klussen
    Verbkarweien
  • Klus(de)
    Common nounkarwei overschot

Klussen

Verb

Auxiliary verb

hebben

regelmatig werkwoord (zwak werkwoord)

Het werkwoord 'klussen' betekent doorgaans het uitvoeren van kleine reparaties of verbeteringen, vaak in en rond het huis. Het heeft een informele en praktische connotatie.

Infinitief

Tegenwoordige tijd

  • ik

  • jij / je, u, hij, zij / ze, het

  • wij / we, jullie, zij / ze

Verleden tijd

  • ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het

  • wij / we, jullie, zij / ze

Voltooid deelwoord

Tegenwoordig deelwoord

Aanvoegende wijs

  • ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie, zij / ze

Gebiedende wijs

Examples

  • Ik klus elke zaterdag in huis.

    tegenwoordige tijd, aantonende wijs

  • Heb je gisteren nog geklust?

    voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs

  • Als ik tijd had, zou ik meer klussen.

    onvoltooid verleden toekomende tijd, voorwaardelijke wijs

Keep learning

I built this dictionary to be the most complete Dutch learner's resource of its kind. Definitions and examples are generated, so you may spot the occasional mistake — trust your instincts.