NEDERLANDS
🇬🇧

    Knellen

    A2uncommonZipf 2.7

    zelfstandig naamwoord, enkelvoud; werkwoord

    • de knel

      Common noun/'knɛl/

      enkelvoud

      knel

      meervoud

      knellen
    • knellen

      Verb/'knɛlən; 'knɛlə/

      infinitief

      knellen

      tegenwoordige tijd

      knelkneltknellen

      verleden tijd

      kneldeknelden

      tegenwoordig deelwoord

      knellendknellende

    Create a free account to generate the full entry for this word.

    Free. No password.