Auxiliary verb
hebben
regelmatig werkwoord
Het werkwoord 'koetsen' wordt vaak gebruikt in historische of nostalgische contexten, verwijzend naar reizen met een koets.
Infinitief
Tegenwoordige tijd
ik
jij / je, u, wij / we, jullie
hij, zij / ze, het
Verleden tijd
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het
wij / we, jullie, zij / ze
Voltooid deelwoord
Tegenwoordig deelwoord
Aanvoegende wijs
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie, zij / ze
Gebiedende wijs
jij / je, u, jullie
Examples
Ik koets elke zondag door het park.
tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Vroeger koetsten de edelen vaak naar het hof.
verleden tijd, aantonende wijs
Hij heeft gisteren urenlang gekoetst.
voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Koets voorzichtig door deze smalle straat!
tegenwoordige tijd, gebiedende wijs
I built this dictionary to be the most complete Dutch learner's resource of its kind. Definitions and examples are generated, so you may spot the occasional mistake — trust your instincts.