NEDERLANDS
🇬🇧

    Kogelen

    Verb

    Auxiliary verb

    hebben

    regelmatig werkwoord

    Het werkwoord 'kogelen' verwijst specifiek naar het spel 'skittles' of 'bowlen met negen kegels'. Het wordt vaak gebruikt in informele, recreatieve contexten.

    Infinitief

    Tegenwoordige tijd

    • ik

    • jij / je, u

    • hij, zij / ze, het

    • wij / we, jullie, zij / ze

    Verleden tijd

    • ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het

    • wij / we, jullie, zij / ze

    Voltooid deelwoord

    Tegenwoordig deelwoord

    Aanvoegende wijs

    • ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie, zij / ze

    Gebiedende wijs

    • jij / je, u, jullie

    Examples

    • Ik kogel elke week met mijn collega's na het werk.

      tegenwoordige tijd, aantonende wijs

    • Gisteren hebben we urenlang gekogeld in de nieuwe sporthal.

      voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs

    • Kogel jij ook mee in het toernooi?

      tegenwoordige tijd, vragende wijs

    • Als hij beter kogelde, zou hij vaker winnen.

      onvoltooid verleden toekomende tijd, voorwaardelijke wijs

    Keep learning

    I built this dictionary to be the most complete Dutch learner's resource of its kind. Definitions and examples are generated, so you may spot the occasional mistake — trust your instincts.