Koppel
hetCommon Nouneen paar of stel dingen die bij elkaar horen
(een koppel schoenen is een paar)
Ik heb een mooi koppel schoenen gekocht voor het feest.
Het koppel dat naast ons zit, is heel gezellig.
- Simple
Dit stel vrienden komt altijd samen spelen.
- Past Tense
Het stel verhuisde naar ons dorp vorig jaar.
- Interrogative
Zijn zij dat stel dat zo goed samenwerkt?
- Context & Scenario
Op school bespreken we verschillende stellen van boeken.
- Synonym
Dat is een mooi stel, nietwaar?
- Compound
Dat stel en dit stel zijn beide vrienden van mij.
- Future Tense
Ik hoop dat het stel morgen komt opdagen.
- Imperative
Stel je voor dat je bestaat in een gelukkig leven!
- Context & Scenario
We gaan dat stel uitnodigen voor onze bruiloft.
- Idiomatic
Dat paar is zoals twee handen op één buik.
- Complex
Het stel dat gisteren arriveerde, heeft al veel vrienden gemaakt.
- Present Tense
Zij hebben een prachtig stel kinderen.
- Declarative
Dit stel heeft een geweldige band.
- Context & Scenario
We kopen een nieuw stel fietsen voor de vakantie.
- Related Word
Hun stel voelde aan als een tweede gezin voor ons.
een koppel mensen die bij elkaar horen, vaak in een romantische relatie
(een liefdesrelatie tussen twee personen)
Het koppel loopt hand in hand door het park.
Ze vormen een gelukkig koppel sinds hun trouwdag.
- Simple
Zij hebben een sterke relatie.
- Complex
De relatie die zij hebben, is gebaseerd op vertrouwen.
- Compound
Ze hebben een sterke relatie, en ze ondersteunen elkaar altijd.
- Present Tense
Ik ben gelukkig in mijn relatie.
- Future Tense
Ik zal mijn relatie volgend jaar verder ontwikkelen.
- Past Tense
We waren zo blij in onze relatie vorig jaar.
- Declarative
Zij zijn een mooi koppel dat van elkaar houdt.
- Interrogative
Hebben zij een goede relatie?
- Imperative
Bouw aan je relatie met communicatie!
- Context & Scenario
Elke avond komen ze samen over hun relatie praten.
verbinding of koppeling tussen twee objecten
(een koppel voor machines)
Zorg ervoor dat het koppel goed vastzit voordat je de machine aanzet.
Het koppel zorgt ervoor dat de twee delen goed samenwerken.
- Compound
De verbinding tussen de machines is sterk, maar het onderhoud is nodig.
- Present Tense
De technicus maakt de verbinding nu.
- Imperative
Controleer de verbinding goed voordat je het apparaat aanschakelt!
- Context & Scenario
Tijdens de technische vergadering bespreken we de verbinding van de nieuwe machines.
- Idiomatic
We moeten de puntjes op de 'i' zetten als het gaat om de verbinding tussen onze machines.
- Complex
De verbinding, die de machines met elkaar verbindt, moet regelmatig gecontroleerd worden.
- Future Tense
Morgen zal hij de verbinding herstellen.
- Interrogative
Is de verbinding tussen de machines al getest?
- Context & Scenario
De leerlingen leren hoe een verbinding tussen verschillende systemen werkt in de klas.
- Related Word
Een goede verbinding verhoogt de efficiëntie van de machines.
- Simple
De verbinding tussen de twee machines is stevig.
- Past Tense
Hij inspecteerde de verbinding gisteren.
- Declarative
De verbinding tussen de systemen is essentieel.
- Context & Scenario
De verbinding valt vaak weg tijdens de zwaarste momenten van het werk.
- Synonym
De koppeling is een soort verbinding tussen twee delen.
een verzamelterm voor een klein aantal, vaak twee
(een koppel vrienden)
We hebben een koppel nieuwe boeken gekocht voor de bibliotheek.
Ze nodigden een koppel vrienden uit voor het diner.
- Compound
Ik heb een aantal kussens gekocht, maar ze passen niet op de bank.
- Past Tense
Gisteren had ik een aantal ideeën voor ons project.
- Interrogative
Heb je een aantal verschillende gerechten geprobeerd?
- Complex
Het aantal mensen dat zich heeft aangemeld, is lager dan verwacht.
- Present Tense
Een aantal leerlingen maakt hun huiswerk in de bibliotheek.
- Declarative
Er zijn een aantal opties om uit te kiezen.
- Context & Scenario
Tijdens het weekend nodig ik een aantal vrienden uit voor een barbecue.
- Simple
Een aantal vrienden ging mee naar de film.
- Future Tense
Morgen zal ik een aantal vragen voor de vergadering voorbereiden.
- Imperative
Koop een aantal extra snacks voor het feestje!