NEDERLANDS
🇬🇧

Krommen

Verb

Auxiliary verb

hebben

overgankelijk en onovergankelijk werkwoord

Het werkwoord 'krommen' kan zowel letterlijk (fysieke buiging) als figuurlijk (bijv. 'zich krommen van het lachen') gebruikt worden.

Infinitief

Tegenwoordige tijd

  • ik

  • jij / je, u

  • hij, zij / ze, het

  • wij / we, jullie, zij / ze

Verleden tijd

  • ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het

  • wij / we, jullie, zij / ze

Voltooid deelwoord

Tegenwoordig deelwoord

Aanvoegende wijs

  • ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie, zij / ze

Gebiedende wijs

Examples

  • Ik krom mijn tenen als ik koude voeten heb.

    tegenwoordige tijd, aantonende wijs

  • De smid kromde het ijzer tot een hoefijzer.

    verleden tijd, aantonende wijs

  • De boom is door de storm gekromd.

    voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs

  • Krom je rug niet zo tijdens het werken!

    tegenwoordige tijd, gebiedende wijs

I built this dictionary to be the most complete Dutch learner's resource of its kind. Definitions and examples are generated, so you may spot the occasional mistake — trust your instincts.