Kruiden

Verb
1
Compound
Simple
Complex
Present Tense
Future Tense
Past Tense
Declarative
Interrogative
Imperative
Context & Scenario
Een minimalistische tuin met een persoon die kruiden zoals basilicum en tijm verzorgt.
Minimalistische tuin met kruiden kweken
Een minimalistische tuin met een persoon die kruiden zoals basilicum en tijm verzorgt.
2
Present Tense
Imperative
Context & Scenario
Idiomatic
Past Tense
Declarative
Context & Scenario
Synonym
Future Tense
Interrogative
Context & Scenario
Related Word
Een chef in een surrealistische keuken terwijl hij een grote pan soep roert, omringd door bizarre wezens die specerijen vertegenwoordigen.
Surrealistische Keuken met Chef en Fantastische Creaties
Een chef in een surrealistische keuken terwijl hij een grote pan soep roert, omringd door bizarre wezens die specerijen vertegenwoordigen.
3
Simple
Future Tense
Context & Scenario
Context & Scenario
Idiomatic
Complex
Past Tense
Interrogative
Context & Scenario
Related Word
Compound
Present Tense
Declarative
Imperative
Synonym
Een vrouw in een barokke setting mengt kruiden in een glazen pot, omringd door bloemen en kruiden.
Barokke scène met vrouw die kruiden mengt voor medicinale doeleinden
Een vrouw in een barokke setting mengt kruiden in een glazen pot, omringd door bloemen en kruiden.
4
Simple
Present Tense
Interrogative
Context & Scenario
Synonym
Compound
Past Tense
Declarative
Context & Scenario
Related Word
Complex
Future Tense
Imperative
Context & Scenario
Idiomatic
Vrouw die verse kruiden voorbereidt voor een kleurrijke salade in een warme keuken
Vers kruiden bereiden voor recepten in een kleurrijke keuken
Vrouw die verse kruiden voorbereidt voor een kleurrijke salade in een warme keuken