Auxiliary verb
hebben
regelmatig werkwoord
Het werkwoord 'ladderen' betekent letterlijk 'op een ladder klimmen of staan'. Het wordt vaak gebruikt in contexten waarin veiligheid belangrijk is, zoals bij klussen of schoonmaken op hoogte.
Infinitief
Tegenwoordige tijd
ik
jij / je, u
hij, zij / ze, het
wij / we, jullie, zij / ze
Verleden tijd
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het
wij / we, jullie, zij / ze
Voltooid deelwoord
Tegenwoordig deelwoord
Aanvoegende wijs
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie, zij / ze
Gebiedende wijs
jij / je, u, jullie
Examples
Ik ladder elke week om de bladeren uit de dakgoot te halen.
tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Gisteren heb ik geladderd om de kerstverlichting op te hangen.
voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Als je gaat ladderen, zorg dan dat de ladder stevig staat.
tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Ladder niet als het waait, dat is gevaarlijk!
tegenwoordige tijd, gebiedende wijs
I built this dictionary to be the most complete Dutch learner's resource of its kind. Definitions and examples are generated, so you may spot the occasional mistake — trust your instincts.