NEDERLANDS
🇬🇧

    Lawaaien

    Verb

    Auxiliary verb

    hebben

    onovergankelijk werkwoord

    Dit werkwoord beschrijft vaak geluiden die als storend of luidruchtig worden ervaren.

    Infinitief

    Tegenwoordige tijd

    • ik

    • jij / je, u, hij, zij / ze, het

    • wij / we, jullie, zij / ze

    Verleden tijd

    • ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het

    • wij / we, jullie, zij / ze

    Voltooid deelwoord

    Tegenwoordig deelwoord

    Aanvoegende wijs

    • ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie, zij / ze

    Gebiedende wijs

    • jij / je, u, jullie

    Examples

    • De buren lawaaien elke nacht, dus ik kan niet slapen.

      tegenwoordige tijd, aantonende wijs

    • Toen ik klein was, lawaaide ik vaak met mijn speelgoed.

      verleden tijd, aantonende wijs

    • Als je niet ophoudt met lawaaien, moet je naar je kamer.

      tegenwoordige tijd, gebiedende wijs

    • Hopelijk lawaaien de kinderen niet tijdens de voorstelling.

      tegenwoordige tijd, aanvoegende wijs

    Keep learning

    I built this dictionary to be the most complete Dutch learner's resource of its kind. Definitions and examples are generated, so you may spot the occasional mistake — trust your instincts.