Lelijk

Adjective
1
Simple
Compound
Future Tense
Interrogative
Context & Scenario
Idiomatic
Complex
Present Tense
Declarative
Context & Scenario
Related Word
Past Tense
Imperative
Context & Scenario
Synonym
Een sombere stadscène met vervallen gebouwen tegen een bewolkte lucht.
Vervallen stadscène met onplezierige architectuur
Een sombere stadscène met vervallen gebouwen tegen een bewolkte lucht.
2
Compound
Future Tense
Interrogative
Present Tense
Declarative
Synonym
Complex
Present Tense
Declarative
Interrogative
Future Tense
Imperative
Simple
Past Tense
Imperative
Past Tense
Interrogative
Idiomatic
Related Word
Een persoon in een onaantrekkelijke trui staat in een kleurrijke omgeving met bloeiende bloemen en stralend zonlicht, zijn/haar gezicht toont schaamte.
Persoon in ongewenste trui in levendige omgeving
Een persoon in een onaantrekkelijke trui staat in een kleurrijke omgeving met bloeiende bloemen en stralend zonlicht, zijn/haar gezicht toont schaamte.
3
Compound
Future Tense
Declarative
Context & Scenario
Context & Scenario
Simple
Past Tense
Imperative
Related Word
Idiomatic
Complex
Present Tense
Interrogative
Context & Scenario
Synonym
Abstract expressionistisch schilderij met twee buren in een intense ruzie te midden van een chaotische buurt
Verstoorde Burensituatie in Abstracte Kunst
Abstract expressionistisch schilderij met twee buren in een intense ruzie te midden van een chaotische buurt