NEDERLANDS
🇬🇧

Lens

AdjectiveB2

Attributive forms

Als je 'lens' voor een zelfstandig naamwoord gebruikt, zeg je meestal 'lenze'. Bijvoorbeeld: 'de lenze bril' of 'een lenze foto'. Voor onzijdige woorden in het enkelvoud (met 'het') gebruik je soms gewoon 'lens', zoals in 'het lens glas'.

With definite article
With indefinite article
Without article

Predicative form

Na werkwoorden zoals 'zijn', 'worden' of 'blijven' gebruik je altijd 'lens'. Bijvoorbeeld: 'De foto is lens' of 'Het beeld wordt lens'.

Comparative

Om te zeggen dat iets meer lens is dan iets anders, gebruik je 'lenzer'. Bijvoorbeeld: 'Deze foto is lenzer dan die andere'. Je kunt ook 'lenzer dan' gebruiken om een vergelijking te maken: 'Mijn bril is lenzer dan die van jou'.

Base form
With "dan"

Superlative

Voor de overtreffende trap gebruik je 'lenst' als het adjectief alleen staat (bijv. 'Dit is het lenst'). Als het voor een zelfstandig naamwoord staat, gebruik je 'lenste' (bijv. 'de lenste foto').

Attributive
Predicative

Important notes

  • irregular:'Lens' is een onregelmatig adjectief. In de stellende trap verandert het niet voor onzijdige woorden in het enkelvoud (bijv. 'het lens glas'), maar wel voor de-woorden ('de lenze bril').
  • usage:'Lens' wordt vooral gebruikt in technische of fotografische contexten. In alledaagse taal zeg je eerder 'wazig' of 'onscherp'.
  • spelling:Let op: in de vergrotende trap schrijf je 'lenzer' (met een 'z'), niet 'lenser'.

I built this dictionary to be the most complete Dutch learner's resource of its kind. Definitions and examples are generated, so you may spot the occasional mistake — trust your instincts.