NEDERLANDS
🇬🇧

Lensen

Verb

Auxiliary verb

hebben

regelmatig werkwoord

Het werkwoord 'lensen' wordt specifiek gebruikt in de context van boten en schepen, om aan te geven dat water uit een boot wordt verwijderd.

Infinitief

Tegenwoordige tijd

  • ik

  • jij / je, u

  • jij / je

  • hij, zij / ze, het

  • wij / we, jullie, zij / ze

Verleden tijd

  • ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het

  • wij / we, jullie, zij / ze

Voltooid deelwoord

Tegenwoordig deelwoord

Aanvoegende wijs

  • ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie, zij / ze

Gebiedende wijs

  • jij / je, u, jullie

Examples

  • Ik lens mijn boot elke week om hem in goede staat te houden.

    tegenwoordige tijd, aantonende wijs

  • Heb je de boot al gelenst? Er staat nog veel water in.

    voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs

  • Als je de boot niet lenst, kan hij gaan roesten.

    tegenwoordige tijd, voorwaardelijke wijs

  • De kapitein beval dat de matrozen de boot moesten lensen.

    verleden tijd, aanvoegende wijs

I built this dictionary to be the most complete Dutch learner's resource of its kind. Definitions and examples are generated, so you may spot the occasional mistake — trust your instincts.