NEDERLANDS
🇬🇧

Lippen

Verb

Auxiliary verb

hebben

onovergankelijk, regelmatig werkwoord

Het werkwoord 'lippen' betekent het zonder geluid meebewegen van de lippen met gesproken tekst, vaak om te oefenen of om iemand te begrijpen zonder geluid te maken.

Infinitief

Tegenwoordige tijd

  • ik

  • jij / je, u

  • hij, zij / ze, het

  • wij / we, jullie, zij / ze

Verleden tijd

  • ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het

  • wij / we, jullie, zij / ze

Voltooid deelwoord

Tegenwoordig deelwoord

Aanvoegende wijs

  • ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie, zij / ze

Gebiedende wijs

  • jij / je, u, jullie

Examples

  • Ik lip de woorden van het liedje altijd mee als ik het hoor.

    tegenwoordige tijd, aantonende wijs

  • Zij heeft de hele toespraak gelipt omdat ze hem uit haar hoofd kende.

    voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs

  • Lip de tekst mee tijdens de repetitie, zodat je de woorden leert.

    tegenwoordige tijd, gebiedende wijs

  • Hij lipte de dialoog van de film terwijl hij naar het scherm keek.

    verleden tijd, aantonende wijs

I built this dictionary to be the most complete Dutch learner's resource of its kind. Definitions and examples are generated, so you may spot the occasional mistake — trust your instincts.