NEDERLANDS
🇬🇧

Logeren

Verb

Auxiliary verb

hebben

regelmatig werkwoord

Het werkwoord 'logeren' betekent tijdelijk ergens verblijven, vaak bij vrienden, familie of in een accommodatie zoals een hotel of pension. Het impliceert meestal een kort verblijf.

Infinitief

Tegenwoordige tijd

  • ik

  • jij / je, u

  • hij, zij / ze, het

  • wij / we, jullie, zij / ze

Verleden tijd

  • ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het

  • wij / we, jullie, zij / ze

Voltooid deelwoord

Tegenwoordig deelwoord

Aanvoegende wijs

  • ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie, zij / ze

Gebiedende wijs

  • jij / je, u, jullie

Examples

  • Ik logeer volgende week bij mijn broer.

    tegenwoordige tijd, aantonende wijs

  • Zij heeft vorig jaar in Parijs gelogeerd.

    voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs

  • Logeer je vaak bij je familie?

    tegenwoordige tijd, vragende wijs

  • Als je in de stad bent, kun je bij mij logeren.

    tegenwoordige tijd, aantonende wijs

I built this dictionary to be the most complete Dutch learner's resource of its kind. Definitions and examples are generated, so you may spot the occasional mistake — trust your instincts.