NEDERLANDS
🇬🇧

Loslaten

Verb

Auxiliary verb

hebben

Scheidbaar werkwoord, onregelmatig in verleden tijd en voltooid deelwoord.

Kan zowel letterlijk (fysiek iets loslaten) als figuurlijk (emoties of gedachten loslaten) gebruikt worden.

Infinitief

Tegenwoordige tijd

  • ik

  • jij / je

  • jij / je

  • u

  • hij, zij / ze, het

  • wij / we, jullie, zij / ze

Verleden tijd

  • ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het

  • wij / we, jullie, zij / ze

  • ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het

  • wij / we, jullie, zij / ze

Voltooid deelwoord

Tegenwoordig deelwoord

Aanvoegende wijs

  • ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het

  • wij / we, jullie, zij / ze

  • ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het

Gebiedende wijs

  • jij / je, u, jullie

Examples

  • Ik laat mijn stress los door te mediteren.

    tegenwoordige tijd, aantonende wijs

  • Hij liet de hond los in het bos.

    verleden tijd, aantonende wijs

  • Wij hebben de ballonnen losgelaten tijdens het feest.

    voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs

  • Laat die vaas los voordat je hem laat vallen!

    tegenwoordige tijd, gebiedende wijs

  • Het is belangrijk dat zij haar perfectionisme laat los.

    tegenwoordige tijd, aanvoegende wijs

I built this dictionary to be the most complete Dutch learner's resource of its kind. Definitions and examples are generated, so you may spot the occasional mistake — trust your instincts.