NEDERLANDS
🇬🇧

Luiden

Verb

Auxiliary verb

hebben

onovergankelijk (meestal), regelmatig (met uitzondering van het voltooid deelwoord)

Het werkwoord 'luiden' wordt vaak gebruikt in de context van klokken of bellen, maar kan ook figuurlijk gebruikt worden, bijvoorbeeld: 'De regels luiden als volgt...' (De regels zijn als volgt).

Infinitief

Tegenwoordige tijd

  • ik

  • jij / je

  • u

  • hij, zij / ze, het

  • wij / we

  • jullie

  • zij / ze

Verleden tijd

  • ik

  • jij / je

  • u

  • hij, zij / ze, het

  • wij / we

  • jullie

  • zij / ze

Voltooid deelwoord

Tegenwoordig deelwoord

Aanvoegende wijs

  • ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie, zij / ze

Gebiedende wijs

  • jij / je, u, jullie

  • jullie

Examples

  • De kerkklokken **luiden** elke zondagochtend.

    tegenwoordige tijd, aantonende wijs

  • Gisteren **luidde** de bel veel te vroeg.

    verleden tijd, aantonende wijs

  • De klokken hebben de hele nacht **geluid**.

    voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs

  • **Luid** de bel als je hulp nodig hebt.

    tegenwoordige tijd, gebiedende wijs

  • Het is belangrijk dat de bel **luide** tijdens de noodsituatie.

    tegenwoordige tijd, aanvoegende wijs

I built this dictionary to be the most complete Dutch learner's resource of its kind. Definitions and examples are generated, so you may spot the occasional mistake — trust your instincts.