Auxiliary verb
hebben
overgankelijk werkwoord (iemand machtigen om iets te doen)
Het werkwoord 'machtigen' wordt voornamelijk gebruikt in formele contexten, zoals juridische, financiële of administratieve situaties. Het drukt uit dat iemand toestemming of bevoegdheid geeft aan een ander om namens hem of haar te handelen.
Infinitief
Tegenwoordige tijd
ik
jij / je
u
hij, zij / ze, het
wij / we
jullie
zij / ze
Verleden tijd
ik
jij / je
u
hij, zij / ze, het
wij / we
jullie
zij / ze
Voltooid deelwoord
Tegenwoordig deelwoord
Aanvoegende wijs
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie, zij / ze
Gebiedende wijs
jij / je, u, jullie
Examples
De patiënt heeft de arts gemachtigd om zijn medische gegevens in te zien.
voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Machtig je zoon om de auto te verkopen als je zelf geen tijd hebt.
tegenwoordige tijd, gebiedende wijs
Het is belangrijk dat u ons machtigt om uw gegevens te verwerken.
tegenwoordige tijd, aanvoegende wijs
Zij machtigde haar zus om de erfenis te beheren toen ze ziek was.
onvoltooid verleden tijd, aantonende wijs
I built this dictionary to be the most complete Dutch learner's resource of its kind. Definitions and examples are generated, so you may spot the occasional mistake — trust your instincts.