NEDERLANDS
🇬🇧

Marcheren

VerbB2

Auxiliary verb

hebben

regelmatig werkwoord

Dit werkwoord wordt vaak gebruikt in militaire contexten of om een gestructureerde, ritmische beweging te beschrijven.

Infinitief

Tegenwoordige tijd

  • ik

  • jij / je

  • u

  • hij, zij / ze, het

  • wij / we, jullie, zij / ze

Verleden tijd

  • ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het

  • wij / we, jullie, zij / ze

Voltooid deelwoord

Tegenwoordig deelwoord

Aanvoegende wijs

  • ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie, zij / ze

Gebiedende wijs

  • jij / je, u, jullie

Examples

  • De scouts marcheren door het bos tijdens hun kamp.

    tegenwoordige tijd, aantonende wijs

  • Gisteren marcheerden we urenlang zonder pauze.

    verleden tijd, aantonende wijs

  • Heb je ooit gemarcheerd in een parade?

    voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs

  • Marcheer rechtop en met trots!

    tegenwoordige tijd, gebiedende wijs

I built this dictionary to be the most complete Dutch learner's resource of its kind. Definitions and examples are generated, so you may spot the occasional mistake — trust your instincts.