NEDERLANDS
🇬🇧

    Marmer

    A2commonZipf 3.3

    werkwoord; zelfstandig naamwoord, enkelvoud

    • marmeren

      Verb/'mɑrmərən; 'mɑrmərə/

      infinitief

      marmeren

      tegenwoordige tijd

      marmermarmertmarmeren

      verleden tijd

      marmerdemarmerden

      tegenwoordig deelwoord

      marmerendmarmerende
    • het marmer

      Common noun/'mɑrmər/

      enkelvoud

      marmer

      meervoud

      marmers

    Create a free account to generate the full entry for this word.

    Free. No password.