Maskeren
A2uncommonZipf 2.6
verhullen; met een masker bedekken
maskeren
Verb/mɑs'kerən; mɑs'kerə/verhullen
infinitief
maskerentegenwoordige tijd
maskeermaskeertmaskerenverleden tijd
maskeerdemaskeerdentegenwoordig deelwoord
maskerendmaskerendemaskeren
Verb/mɑs'kerən; mɑs'kerə/met een masker bedekken
infinitief
maskerentegenwoordige tijd
maskermaskertmaskerenverleden tijd
maskerdemaskerdentegenwoordig deelwoord
maskerendmaskerende
Create a free account to generate the full entry for this word.
Free. No password.