🇬🇧

Meesteren

Auxiliary verb

hebben

zwak werkwoord (regelmatig)

'Meesteren' betekent het volledig beheersen of onder de knie krijgen van een vaardigheid, kennis of techniek. Het impliceert vaak een proces van leren en oefenen.

Infinitief

Tegenwoordige tijd

  • ik

  • jij / je, u

  • hij, zij / ze, het

  • wij / we, jullie, zij / ze

Verleden tijd

  • ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het

  • wij / we, jullie, zij / ze

Voltooid deelwoord

Tegenwoordig deelwoord

Aanvoegende wijs

  • ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie, zij / ze

Gebiedende wijs

  • jij / je, u, jullie

Examples

  • Ik wil graag de Nederlandse uitspraak meesteren.

    tegenwoordige tijd, aantonende wijs

  • Heb je de grammatica al gemeesterd?

    voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs

  • Meester deze woordenlijst voordat je het examen maakt.

    tegenwoordige tijd, gebiedende wijs

  • Hoewel hij de stof meestere, blijft hij extra oefenen.

    tegenwoordige tijd, aanvoegende wijs

I built this dictionary to be the most complete Dutch learner's resource of its kind. Definitions and examples are generated, so you may spot the occasional mistake — trust your instincts.