Singular forms
'Minister' is een mannelijk of vrouwelijk zelfstandig naamwoord en wordt altijd met 'de' gebruikt. Het verwijst naar een persoon die deel uitmaakt van de regering en leiding geeft aan een ministerie.
- Definite (de/het)
- Indefinite (een)
- Without article
Plural forms
De meervoudsvorm van 'minister' is 'ministers'. Het meervoud wordt gebruikt als er meerdere ministers bedoeld worden, bijvoorbeeld in een kabinet.
- Definite (de)
- Without article
Diminutive form
Het diminutief wordt zelden gebruikt en vaak alleen in speelse of informele contexten, zoals bij kinderen die 'overheidje' spelen. Het kan ook een licht denigrerende bijklank hebben.
informeel
Common compounds
minister-president
de leider van de regering
ministerie
het departement waar een minister leiding aan geeft
ministerscrisis
een politieke crisis binnen het kabinet
ministerspost
de functie van minister
Common word combinations
van Binnenlandse Zaken
Dit is een vaste combinatie voor de minister die verantwoordelijk is voor binnenlandse aangelegenheden.
benoemen
Ministers worden officieel benoemd door het staatshoofd.
aftreden
Een minister kan aftreden als hij of zij niet meer verder wil of kan in de functie.
kabinet
Het kabinet bestaat uit alle ministers en de minister-president.
wet
Ministers kunnen wetsvoorstellen indienen.
Important notes
- usage:Het woord 'minister' wordt bijna altijd in formele contexten gebruikt. In informele spreektaal zegt men soms 'bewindsman' of 'bewindsvrouw', maar dit is minder gebruikelijk.
- countability:'Minister' is een telbaar zelfstandig naamwoord. Je kunt dus spreken van 'een minister', 'twee ministers', enzovoort.
- register:In formele teksten en nieuwsberichten wordt 'minister' veel gebruikt. In alledaagse gesprekken komt het woord minder vaak voor, tenzij het over actuele politieke gebeurtenissen gaat.
I built this dictionary to be the most complete Dutch learner's resource of its kind. Definitions and examples are generated, so you may spot the occasional mistake — trust your instincts.