hebben
werkwoord
Een informeel en vaak speels gebruik van dit werkwoord.
Ik ga de hele dag modderen in de tuin.
Hij is modderend bezig met zijn project.
De modderende kinderen maken een grote bende.
ik
Ik modder al een paar uur met mijn schilderij.
jij / je
Jij moddert altijd met je spullen.
u
U moddert een beetje met de computer.
hij
Hij moddert met zijn tuin.
zij / ze
Zij moddert met de verf.
het
Het moddert een beetje in de bak.
wij / we
Wij modderen samen met de voorbereidingen.
jullie
Jullie modderen veel te lang.
Ik modderde gisteren tijdens het koken.
Jij modderde met de materialen.
U modderde toen het regende.
Hij modderde lang met de klus.
Zij modderde met haar huiswerk.
Het modderde in de tuin.
Wij modderden samen aan de fiets.
Jullie modderden met de onderdelen.
Ik heb gisteren gemodderd in de tuin.
Laten we hopen dat jij moddere in de komende weken.
Modder niet te veel met je bestanden!