Attributive forms
Als je 'mollig' voor een zelfstandig naamwoord zet, verandert het soms. Bij 'de'-woorden zeg je 'mollige' (de mollige vrouw). Bij 'het'-woorden zeg je 'mollig' (het mollig kind). Als er geen lidwoord is, gebruik je vaak 'mollig' (mollig brood).
- With definite article
- With indefinite article
- Without article
Predicative form
Na werkwoorden zoals 'zijn', 'worden' of 'blijven' gebruik je altijd 'mollig'. Je zegt dus niet 'hij is mollige', maar 'hij is mollig'.
Comparative
Om te zeggen dat iets of iemand meer mollig is, gebruik je 'molliger'. Bijvoorbeeld: 'Deze baby is molliger dan gisteren'. Je kunt ook 'molliger dan' gebruiken om twee dingen te vergelijken.
- Base form
- With "dan"
Superlative
Als iets of iemand het meest mollig is, gebruik je 'molligste' voor een zelfstandig naamwoord (de molligste baby) en 'molligst' na een werkwoord (hij is het molligst).
- Attributive
- Predicative
Important notes
- usage:'Mollig' is een vriendelijk woord voor iemand met een beetje extra gewicht. Het is niet negatief, maar beschrijft gewoon hoe iemand eruitziet.
- spelling:In de stellende trap krijgt 'mollig' een -e als het voor een de-woord staat (mollige kat), maar niet bij een het-woord (mollig kind).
I built this dictionary to be the most complete Dutch learner's resource of its kind. Definitions and examples are generated, so you may spot the occasional mistake — trust your instincts.