Verb
Auxiliary Verb
hebben
werkwoord
Gebruik dit werkwoord in situaties met betrekking tot het bewegen of rondhuppelen als een muis.
Infinitief
Tegenwoordig deelwoord
Tegenwoordig deelwoord
Gebiedende wijs
jij / je, u
Tegenwoordige tijd
ik
jij / je
u
hij, zij / ze, het
wij / we
jullie
Verleden tijd
ik
jij / je
u
hij, zij / ze, het
wij / we
jullie