NEDERLANDS
🇬🇧

Nabij

AdjectiveB1

Attributive forms

Als je 'nabij' voor een zelfstandig naamwoord zet, gebruik je meestal 'nabije'. Bijvoorbeeld: 'de nabije school' of 'een nabije vriend'. In sommige vaste uitdrukkingen gebruik je alleen 'nabij', zoals 'nabij water'.

With definite article
With indefinite article
Without article

Predicative form

Na werkwoorden zoals 'zijn', 'worden' of 'blijven' gebruik je altijd 'nabij'. Bijvoorbeeld: 'Het park is nabij' of 'De vakantie wordt nabij'.

Comparative

Om te zeggen dat iets dichterbij is, gebruik je 'nabijer' of 'nabijere'. Bijvoorbeeld: 'Deze winkel is nabijer' of 'Dit is de nabijere route'.

Base form
With "dan"

Superlative

Voor het dichtstbij zeg je 'nabijst' of 'nabijste'. Bijvoorbeeld: 'Dit is het nabijst' of 'Dit is de nabijste bushalte'.

Attributive
Predicative

Important notes

  • spelling:In de stellende trap wordt 'nabij' soms zonder -e gebruikt, vooral in formele of vaste uitdrukkingen zoals 'nabij water'.
  • usage:'Nabij' wordt vaak gebruikt om fysieke afstand aan te geven, maar kan ook figuurlijk gebruikt worden, bijvoorbeeld: 'De deadline is nabij'.

I built this dictionary to be the most complete Dutch learner's resource of its kind. Definitions and examples are generated, so you may spot the occasional mistake — trust your instincts.