Namens
namens
Prepositionvoor of als vertegenwoordiger van iemand
vertegenwoordiging
Als je iets doet of zegt namens iemand, doe je het voor die persoon of als zijn vertegenwoordiger.
Namens de hele klas wil ik je bedanken.
namens de directienamens iedereennamens de klasnamens het bestuur