🇬🇧

Nerveus

Attributive forms

Voor een zelfstandig naamwoord gebruik je meestal 'nerveuze', bij zowel 'de'- als 'het'-woorden met een lidwoord: 'de nerveuze man', 'een nerveuze leerling'. Bij een onbepaald 'het'-woord blijft 'nerveus' onveranderd: 'een nerveus kind', 'een nerveus moment'.

With definite article
With indefinite article
Without article

Predicative form

Na werkwoorden als 'zijn', 'worden' of 'lijken' gebruik je de onveranderde vorm 'nerveus': 'Hij is nerveus.', 'Ze wordt nerveus.'

Comparative

Om te vergelijken voeg je '-er' toe, waarbij de 's' tussen klinkers verandert in 'z': 'nerveuzer'. Na de vergrotende trap gebruik je 'dan' om twee dingen te vergelijken.

Base form
With "dan"

Superlative

De overtreffende trap is 'nerveust' (predicatief met 'het') of 'nerveuste' (voor een zelfstandig naamwoord): 'het nerveust', 'de nerveuste'.

Attributive
Predicative

Important notes

  • spelling:Bij verbuiging verandert de 's' in 'z': 'nerveus' wordt 'nerveuze', 'nerveuzer' en 'nerveuste'.
  • usage:'Nerveus' beschrijft meestal een tijdelijke emotionele toestand of onrustig gedrag, niet een blijvend karaktertrekje.

I built this dictionary to be the most complete Dutch learner's resource of its kind. Definitions and examples are generated, so you may spot the occasional mistake — trust your instincts.