Infinitief Ik wil de sterren ogen in de nacht.
Tegenwoordige tijd ik
Ik oog een stuk fruit op de tafel.
jij / je, u
hij
Hij oogt gelukkig met zijn nieuwe baan.
zij / ze
Zij oogt als een echte professional.
het
Het boek oogt interessant.
wij / we
Wij ogen naar de toekomst met hoop.
jullie
Jullie ogen absoluut verrast.
Verleden tijd ik
Ik oogde niet geïnteresseerd in de film.
jij / je, u
Jij oogde verrast door het nieuws.
hij
Hij oogde gespannen voor de presentatie.
zij / ze
Zij oogde trots op haar prestaties.
wij / we
Wij oogden tevreden na het examen.
jullie
Jullie oogden enthousiast over het feestje.
zij / ze
Zij oogden blij bij de aankomst van hun vrienden.
Voltooid deelwoord We hebben vandaag veel geoogd in de tuin.
Tegenwoordig deelwoord De ogende boom laat zien dat het herfst is.
De ogende kinderen waren verdiept in hun spel.
Aanvoegende wijs Het is belangrijk dat hij oge voor zijn gezondheid.
Gebiedende wijs Oog de bloempjes met zorg.
Oogt niet te veel naar de negatieve dingen.
I built this dictionary to be the most complete Dutch learner's resource of its kind. Definitions and examples are generated, so you may spot the occasional mistake — trust your instincts.