NEDERLANDS
🇬🇧

    Ombouwen

    A2uncommonZipf 2.9

    zelfstandig naamwoord, enkelvoud; werkwoord

    • de ombouw

      Common noun/'ɔmbɔu/

      enkelvoud

      ombouw

      meervoud

      ombouwen
    • ombouwen

      Verb/'ɔmbɔuwən; 'ɔmbɔuwə/

      infinitief

      ombouwen

      tegenwoordige tijd

      bouw omombouwbouwt omombouwtbouwen omombouwen

      verleden tijd

      bouwde omombouwdebouwden omombouwden

      tegenwoordig deelwoord

      ombouwendombouwende

    Create a free account to generate the full entry for this word.

    Free. No password.

    Keep learning