NEDERLANDS
🇬🇧

Omdraaien

VerbA2

Auxiliary verb

hebben

regelmatig werkwoord met scheidbaar voorvoegsel 'om-'

Het werkwoord 'omdraaien' kan zowel letterlijk (fysiek iets draaien) als figuurlijk (een situatie veranderen) gebruikt worden.

Infinitief

Tegenwoordige tijd

  • ik

  • jij / je

  • u

  • hij, zij / ze, het

  • wij / we

  • jullie

  • zij / ze

  • ik

  • jij / je, u, hij, zij / ze, het

  • wij / we, jullie, zij / ze

Verleden tijd

  • ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het

  • wij / we, jullie, zij / ze

  • ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het

  • wij / we, jullie, zij / ze

Voltooid deelwoord

Tegenwoordig deelwoord

Aanvoegende wijs

  • ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie, zij / ze

  • ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie, zij / ze

Gebiedende wijs

Examples

  • Ik draai de sleutel om en de motor start.

    tegenwoordige tijd, aantonende wijs

  • Hij heeft de bladzijde omgedraaid om het einde van het verhaal te lezen.

    voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs

  • Draai de fles om om te zien hoeveel er nog in zit.

    tegenwoordige tijd, gebiedende wijs

  • Zij draaide de situatie om en kreeg toch haar zin.

    verleden tijd, aantonende wijs

I built this dictionary to be the most complete Dutch learner's resource of its kind. Definitions and examples are generated, so you may spot the occasional mistake — trust your instincts.