(een beweging naar een lager punt beschrijven)
Kijk eens omlaag, daar loopt een eekhoorn op het pad.
De lift gaat nu omlaag naar de begane grond.
De zon zakt langzaam omlaag achter de huizen.
We klommen voorzichtig omlaag langs het steile pad.
(over prijzen, cijfers of niveaus die dalen)
De prijzen van groente gaan deze week flink omlaag.
Door de regen ging de temperatuur snel omlaag.
De rente is dit kwartaal opnieuw omlaag gegaan.
(een positie onder iets aanduiden)
Hou je hoofd omlaag, anders stoot je tegen de balk.
Met zijn ogen omlaag liep hij de kamer uit.
Met zijn duim omlaag liet hij weten dat hij het niks vond.
I built this dictionary to be the most complete Dutch learner's resource of its kind. Definitions and examples are generated, so you may spot the occasional mistake — trust your instincts.