NEDERLANDS
🇬🇧

Omtrekken

Verb

Auxiliary verb

hebben

onregelmatig werkwoord

Het werkwoord 'omtrekken' wordt vaak gebruikt in contexten van tekenen, ontwerpen of het aangeven van grenzen.

Infinitief

Tegenwoordige tijd

  • ik

  • jij / je, u

  • hij, zij / ze, het

  • wij / we, jullie, zij / ze

Verleden tijd

  • ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het

  • wij / we, jullie, zij / ze

Voltooid deelwoord

Tegenwoordig deelwoord

Aanvoegende wijs

  • ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie, zij / ze

Gebiedende wijs

Examples

  • Ik omtrek de tafel voordat ik ga schilderen.

    tegenwoordige tijd, aantonende wijs

  • Hij omtrok de hele tuin met een touw.

    verleden tijd, aantonende wijs

  • Wij hebben de grenzen van het terrein omtrokken.

    voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs

  • Omtrek de belangrijke delen van de tekening!

    tegenwoordige tijd, gebiedende wijs

I built this dictionary to be the most complete Dutch learner's resource of its kind. Definitions and examples are generated, so you may spot the occasional mistake — trust your instincts.