(verbazing of bewondering uitdrukken)
Het is ongelofelijk wat zij op haar leeftijd nog allemaal doet.
Wij hadden een ongelofelijke vakantie in de bergen.
Wat een ongelofelijk mooi uitzicht heb je vanaf deze berg!
Het is ongelofelijk dat hij het record na twintig jaar heeft verbroken.
Welke zin inspireerde dit schilderij?
(iets benadrukken in spreektaal)
Het was ongelofelijk druk op het station.
Ik vind die film ongelofelijk saai.
Zij werkt ongelofelijk hard voor haar examens.
De nieuwe telefoon is ongelofelijk snel geworden.
(twijfel aan een verhaal of bewering)
Zijn smoes klinkt echt ongelofelijk.
Het verhaal van de getuige was voor de rechter ongelofelijk.
Ik vond zijn uitleg een beetje ongelofelijk klinken.
De rechter noemde de verklaring van de verdachte ongelofelijk.
I built this dictionary to be the most complete Dutch learner's resource of its kind. Definitions and examples are generated, so you may spot the occasional mistake — trust your instincts.