Infinitief Ik wil deze hond beschermen en me over hem ontfermen.
Tegenwoordig deelwoord De ontfermende dierenarts hielp de zieke kat.
De ontfermende vrijwilliger zorgde voor de daklozen.
Tegenwoordige tijd ik
Ik ontferm me over de kinderen in het weeshuis.
jij / je, u
Jij ontfermt je over het welzijn van de dieren.
hij, zij / ze, het
Hij ontfermt zich over zijn zieke vrienden.
wij / we
Wij ontfermen ons over het milieu.
jullie
Jullie ontfermen jullie over de ouderen in de buurt.
Verleden tijd ik
Ik ontfermde me over de achtergelaten dieren.
jij / je
Jij ontfermde je over dat verdrietige kind.
u
U ontfermde zich over de situatie.
hij, zij / ze, het
Hij ontfermde zich over een gewonde vogel.
wij / we
Wij ontfermden ons over de slachtoffers na de ramp.
jullie
Jullie ontfermden jullie over de kinderen in de opvang.
Voltooid deelwoord Zij heeft zich ontfermd over de dieren in nood.
Aanvoegende wijs Mogen hij zich ontferme over de zwakken.
Gebiedende wijs Ontferm je over die jonge hond!
This dictionary is AI-generated — the only complete Dutch learner's dictionary of its kind. I'm currently updating to the latest AI models, so you may spot the occasional mistake. If something looks off, trust your instincts.