(iets leren of een afspraak niet vergeten)
Ik kan dat telefoonnummer nooit onthouden.
Onthoud je dat we morgen om acht uur beginnen?
Ik probeer alle namen van de nieuwe collega's te onthouden.
Hij onthield het wachtwoord meteen na één keer lezen.
Ik heb je verjaardag dit jaar wel onthouden.
Onthoud goed wat de dokter heeft gezegd.
Welke zin inspireerde dit schilderij?
(een sterke wens of gewoonte tegenhouden)
Tijdens de vergadering kon hij zich niet onthouden van commentaar.
Zij onthoudt zich deze maand van alcohol.
Wij onthouden ons van een mening over deze kwestie.
Drie partijen onthielden zich van stemming.
(informatie of hulp niet doorgeven)
De minister wilde de pers geen verdere uitleg onthouden.
Je mag de kinderen die kans niet onthouden.
Het bedrijf onthoudt zijn werknemers belangrijke informatie.
I built this dictionary to be the most complete Dutch learner's resource of its kind. Definitions and examples are generated, so you may spot the occasional mistake — trust your instincts.