Attributive forms
Als je 'onwel' vóór een zelfstandig naamwoord gebruikt, zeg je meestal 'onwelle'. Bijvoorbeeld: 'de onwelle vrouw' of 'een onwelle kind'. Dit betekent dat iemand zich niet lekker voelt.
- With definite article
- With indefinite article
- Without article
Predicative form
Na werkwoorden zoals 'zijn', 'worden' of 'voelen' gebruik je altijd 'onwel'. Bijvoorbeeld: 'Hij is onwel' of 'Zij voelt zich onwel'. Dit zeg je als iemand zich ziek voelt.
Comparative
Als je wilt zeggen dat iemand zich nog zieker voelt, gebruik je 'onweller'. Bijvoorbeeld: 'Zij is onweller dan gisteren'. Je kunt ook 'onweller dan' gebruiken om twee mensen te vergelijken.
- Base form
- With "dan"
Superlative
Voor de overtreffende trap gebruik je 'onwellste' als het voor een zelfstandig naamwoord staat, bijvoorbeeld: 'de onwellste patiënt'. Als het na een werkwoord staat, zeg je 'meest onwel', bijvoorbeeld: 'Zij voelt zich het meest onwel'.
- Attributive
- Predicative
Important notes
- usage:'Onwel' wordt vooral gebruikt om aan te geven dat iemand zich ziek of niet lekker voelt. Het is formeler dan 'ziek'.
- spelling:In de stellende trap krijgt 'onwel' soms een extra -e in attributieve positie (onwelle), maar dit is niet altijd consistent in de praktijk.
I built this dictionary to be the most complete Dutch learner's resource of its kind. Definitions and examples are generated, so you may spot the occasional mistake — trust your instincts.