Oogsten

Verb

Auxiliary Verb

hebben

werkwoord

Het werkwoord oogsten verwijst naar het verzamelen van rijpe producten, meestal uit de grond of van planten.

Infinitief

Tegenwoordig deelwoord

  • ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie

  • ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie

Tegenwoordige tijd

  • ik

  • jij / je, u

  • hij, zij / ze, het

  • wij / we

  • jullie

Verleden tijd

  • ik

  • jij / je, u

  • hij, zij / ze, het

  • wij / we

  • jullie

Gebiedende wijs

Aanvoegende wijs

Voltooid deelwoord

Examples

  • De boer is blij omdat hij veel heeft geoogst.

    voltooid, indicatief