NEDERLANDS
🇬🇧

Oprapen

Verb

Auxiliary verb

hebben

Scheidbaar werkwoord, regelmatig (met uitzondering van de scheidbaarheid).

Het werkwoord 'oprapen' betekent iets van de grond of een oppervlak pakken. Het kan zowel letterlijk als figuurlijk gebruikt worden, bijvoorbeeld bij het oppakken van een gewoonte of taak.

Infinitief

Tegenwoordige tijd

  • ik

  • jij / je

  • u

  • hij, zij / ze, het

  • wij / we

  • jullie

  • jij / je

Verleden tijd

  • ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het

  • wij / we, jullie, zij / ze

  • ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het

  • wij / we, jullie, zij / ze

Voltooid deelwoord

Tegenwoordig deelwoord

Aanvoegende wijs

Gebiedende wijs

Examples

  • Ik raap elke ochtend de krant van de deurmat op.

    tegenwoordige tijd, aantonende wijs

  • Heb je de sleutels al opgeraapt?

    voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs

  • Raap je speelgoed op voordat je gaat eten!

    tegenwoordige tijd, gebiedende wijs

  • Zij raapte haar moed bij elkaar en sprak de menigte toe.

    verleden tijd, aantonende wijs

I built this dictionary to be the most complete Dutch learner's resource of its kind. Definitions and examples are generated, so you may spot the occasional mistake — trust your instincts.