Auxiliary verb
hebben
onregelmatig werkwoord, scheidbaar werkwoord (op + geven)
Het werkwoord 'opgeven' betekent stoppen met iets doen omdat het te moeilijk is of omdat je denkt dat het niet zal lukken. Het kan ook betekenen dat je iets opgeeft aan iemand anders, zoals een taak of verantwoordelijkheid.
Infinitief
Tegenwoordige tijd
ik
jij / je
u
hij, zij / ze, het
wij / we
jullie
ik
jij / je, u, hij, zij / ze, het
Verleden tijd
ik
jij / je
u
hij, zij / ze, het
wij / we
jullie
ik, hij, zij / ze, het
wij / we, jullie, zij / ze
Voltooid deelwoord
Tegenwoordig deelwoord
Aanvoegende wijs
ik, hij, zij / ze, het
ik, hij, zij / ze, het
Gebiedende wijs
jij / je, u, jullie
Examples
Ik geef het niet op, ook al is het moeilijk.
tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Hij gaf zijn droom op toen hij hoorde dat het onmogelijk was.
verleden tijd, aantonende wijs
Geef niet op! Je bent er bijna.
tegenwoordige tijd, gebiedende wijs
Ik heb het opgegeven omdat het te lang duurde.
voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Het is belangrijk dat je het niet opgeeft.
tegenwoordige tijd, aanvoegende wijs
I built this dictionary to be the most complete Dutch learner's resource of its kind. Definitions and examples are generated, so you may spot the occasional mistake — trust your instincts.