NEDERLANDS
🇬🇧

Opvrolijken

Verb

Auxiliary verb

hebben

regelmatig werkwoord (met scheidbaar deel 'op')

Het werkwoord 'opvrolijken' betekent iemand blij of vrolijk maken. Het wordt vaak gebruikt in informele contexten en kan zowel letterlijk als figuurlijk worden toegepast.

Infinitief

Tegenwoordige tijd

  • ik

  • jij / je, u

  • hij, zij / ze, het

  • wij / we, jullie, zij / ze

  • ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie, zij / ze

  • jij / je, u

  • hij, zij / ze, het

Verleden tijd

  • ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het

  • wij / we, jullie, zij / ze

  • ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het

  • wij / we, jullie, zij / ze

Voltooid deelwoord

Tegenwoordig deelwoord

Aanvoegende wijs

  • ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie, zij / ze

  • ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie, zij / ze

Gebiedende wijs

  • jij / je, u, jullie

Examples

  • Ik probeer mijn moeder altijd op te vrolijken als ze verdrietig is.

    tegenwoordige tijd, aantonende wijs

  • Hij heeft zijn vriendin opgevrolijkt met een bos bloemen.

    voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs

  • Vrolijk jij je broer op met een leuk cadeautje?

    tegenwoordige tijd, vragende wijs

  • Wij vrolijkten de kinderen op met een spelletje.

    verleden tijd, aantonende wijs

I built this dictionary to be the most complete Dutch learner's resource of its kind. Definitions and examples are generated, so you may spot the occasional mistake — trust your instincts.