(Praten over het vinden van een antwoord op een probleem)
We moeten dit probleem zo snel mogelijk oplossen.
De monteur heeft de storing in mijn auto opgelost.
Ik los dit wel even op.
Gisteren loste ik een ingewikkeld wiskundevraagstuk op.
We hebben het conflict met de buren netjes opgelost.
Het team probeert de klachten van klanten snel op te lossen.
Welke zin inspireerde dit schilderij?
(In de keuken of tijdens scheikundeles een stof in water mengen)
Los het zout op in warm water voordat je het erbij doet.
De suiker lost vanzelf op in de hete thee.
Roer tot alle suiker is opgelost.
Het poeder lost langzaam op in de melk.
(Praten over mist, wolken of iets dat langzaam uit het zicht verdwijnt)
De mist loste tegen de middag helemaal op.
Haar twijfels losten op zodra hij begon te praten.
De wolken lossen op zodra de zon doorbreekt.
I built this dictionary to be the most complete Dutch learner's resource of its kind. Definitions and examples are generated, so you may spot the occasional mistake — trust your instincts.