NEDERLANDS
🇬🇧

Opwekken

VerbB1

Auxiliary verb

hebben

overgankelijk werkwoord

'Opwekken' kan zowel letterlijk (energie opwekken) als figuurlijk (emoties opwekken) gebruikt worden. Het impliceert vaak een actieve inspanning om iets te veroorzaken of te stimuleren.

Infinitief

Tegenwoordige tijd

  • ik

  • jij / je

  • u

  • hij, zij / ze, het

  • wij / we

  • jullie

  • zij / ze

Verleden tijd

  • ik

  • jij / je

  • u

  • hij, zij / ze, het

  • wij / we

  • jullie

  • zij / ze

Voltooid deelwoord

Tegenwoordig deelwoord

Aanvoegende wijs

  • ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie, zij / ze

  • ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie, zij / ze

Gebiedende wijs

  • jij / je, u, jullie

Examples

  • De zangeres wekt altijd veel enthousiasme op tijdens haar concerten.

    tegenwoordige tijd, aantonende wijs

  • Vorig jaar hebben we genoeg geld opgewekt voor het goede doel.

    voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs

  • Als je meer energie wilt opwekken, kun je gaan sporten.

    tegenwoordige tijd, aantonende wijs

  • Het is belangrijk dat de overheid banen opwekke in deze regio.

    tegenwoordige tijd, aanvoegende wijs

I built this dictionary to be the most complete Dutch learner's resource of its kind. Definitions and examples are generated, so you may spot the occasional mistake — trust your instincts.