Oranje
hetAdjectivekleur die tussen geel en rood ligt
(een oranje voorwerp of oppervlak)
De zalm heeft een mooie oranje kleur.
Ik draag een oranje jurk naar het feest.
- Idiomatic
Hij gaat er met oranje vlagen in zijn haar vandoor.
- Compound
Het oranje fruit is zoet, en het is een goede bron van vitamines.
- Future Tense
Morgen zal ik een oranje jurk dragen naar het feestje.
- Context & Scenario
Ik zag een oranje bal in het park.
- Synonym
Dit product is oranje, wat betekent dat het bio is.
- Complex
De zonsondergang, die vaak een schitterende oranje kleur heeft, is adembenemend.
- Past Tense
Gisteren zag ik een oranje auto rijden.
- Interrogative
Is de kleur van de muur oranje?
- Context & Scenario
Onze leraar vroeg ons om een oranje tekening te maken voor de opdracht.
- Related Word
De kleurstof is goed te gebruiken voor het maken van oranje verf.
- Simple
Mango's hebben een prachtige oranje kleur.
- Present Tense
De lucht is vandaag oranje tijdens de zonsopgang.
- Declarative
De oranje knuffel is mijn favoriete speelgoed.
- Imperative
Kies de oranje kleur voor je ontwerp!
- Context & Scenario
Tijdens de barbecue kochten we oranje vlekken op de servetten.
de kleur die geassocieerd wordt met het koninklijk huis in Nederland
(de kleur oranje tijdens speciale evenementen)
Tijdens Koningsdag dragen veel Nederlanders oranje kleding.
De straten zijn versierd met oranje vlaggen voor het feest.
- Compound
Het evenement is leuk, maar het weer is winderig.
- Future Tense
Volgend jaar zal het evenement groter zijn dan ooit.
- Context & Scenario
Tijdens het evenement verkopen ze oranje snacks.
- Simple
Het evenement duurt de hele dag en heeft veel oranje decoraties.
- Past Tense
Vorig jaar was het evenement ook een groot succes.
- Interrogative
Is het evenement dit jaar weer in de stad?
- Complex
Het evenement dat een groots feest viert, trekt duizenden bezoekers.
- Present Tense
Iedereen ziet er stralend uit in oranje tijdens het evenement.
- Declarative
Het evenement trekt veel mensen aan omdat ze van oranje houden.
- Imperative
Kom naar het evenement en draag iets oranjes!
iets dat vaak geassocieerd wordt met vrolijkheid of feestelijkheid
(oranje in een vrolijke setting)
De ballonnen in de kamer zijn allemaal oranje en zien er feestelijk uit.
De kinderen schilderen met oranje verf voor het kunstproject.
- Simple
De vlaggen wapperen vrolijk in de wind.
- Past Tense
Gisteren was ik vrolijk op het festival.
- Interrogative
Voelt het evenement niet vrolijk aan voor jou?
- Simple
De oranje vlaggen hangen vrolijk in de tuin.
- Present Tense
De taart heeft een vrolijke oranje glazuur.
- Compound
De bloemen bloeien vrolijk, en de vogels zingen in de bomen.
- Complex
Hoewel het weer grijs was, voelde het feest toch vrolijk aan.
- Future Tense
Morgen zal ik vrolijk naar het concert gaan.
- Imperative
Wees vrolijk op het feestje!
- Context & Scenario
In de klas maken we een vrolijk kunstwerk met oranje kleuren.
- Related Word
De vrolijkheid van de kinderen was aanstekelijk.
- Complex
Hoewel de lucht bewolkt was, maakte de oranje kleur de sfeer vrolijk.
- Past Tense
Gisteren waren de straten vrolijk versierd in oranje.
- Interrogative
Ziet het er niet vrolijk uit met al die oranje decoraties?
- Context & Scenario
We hebben vrolijk oranje hapjes op de tafel gezet voor de gasten.
- Context & Scenario
De sportclub heeft oranje shirts gekocht om de teamgeest vrolijker te maken.
- Idiomatic
Ze kwam binnen met een vrolijke lach, wat de sfeer direct verbeterde.
- Compound
De oranje bloemen bloeien in de zon, en de lucht is helder blauw.
- Declarative
Het is zo vrolijk in deze kamer met al het oranje.
- Context & Scenario
De kinderen dansen vrolijk in hun oranje kleding tijdens het feest.
- Context & Scenario
De gemeenschap viert de nationale feestdag met vrolijke oranje kappen.
- Synonym
De levendige oranje kleur maakt alles vrolijker.
- Future Tense
Morgen zullen de kinderen vrolijk in oranje gekleed gaan voor het feest.
- Imperative
Doe de oranje slingers omhoog voor het feest!
- Context & Scenario
Tijdens de pauze hebben we oranje getekend en dat maakte ons vrolijk.
- Related Word
Het carnaval in Nederland is altijd een vrolijk feest met veel oranje.
- Present Tense
De kinderen zijn vrolijk tijdens het feestje.
- Declarative
Het feestje is vrolijk en leuk.
- Context & Scenario
Tijdens de verjaardag van mijn vriend moet je altijd vrolijk zijn.
- Synonym
Het feestje was echt leuk; de sfeer was vrolijk.
- Context & Scenario
De straten zijn vrolijk versierd voor de Koningsdag.
- Idiomatic
De kinderen begonnen te dansen, en de sfeer was om vrolijk van te worden.