NEDERLANDS
🇬🇧

Overlasten

Verb

Auxiliary verb

hebben

overgankelijk werkwoord

Het werkwoord 'overlasten' wordt vaak gebruikt om aan te geven dat iemand hinder of problemen veroorzaakt voor anderen, meestal in een negatieve context.

Infinitief

Tegenwoordige tijd

  • ik

  • jij / je

  • u

  • hij, zij / ze, het

  • wij / we

  • jullie

Verleden tijd

  • ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het

  • wij / we, jullie

Voltooid deelwoord

Tegenwoordig deelwoord

Aanvoegende wijs

  • ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie

Gebiedende wijs

Examples

  • De bouwwerkzaamheden overlasten de hele buurt al weken.

    tegenwoordige tijd, aantonende wijs

  • Hij heeft de buren overlast bezorgd door zijn feest.

    voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs

  • Als je de buren niet wilt overlasten, zet dan de muziek zachter.

    tegenwoordige tijd, aantonende wijs

  • De overlastende geluiden maakten het onmogelijk om te slapen.

    verleden tijd, aantonende wijs

I built this dictionary to be the most complete Dutch learner's resource of its kind. Definitions and examples are generated, so you may spot the occasional mistake — trust your instincts.